Beschouw boosheid als geblokkeerde opwinding

Weerstand kan zich uiten in woede, boosheid. Ik heb altijd liever dat dát gebeurt dan dat iemand voor de vorm meedoet. Dat gedrag wantrouw ik meer dan dat van iemand die oprecht boosheid uit. Vaak wordt die boosheid gericht op jou als begeleider, al functioneer je doorgaans meer als bliksemafleider. Ik ervaar iemands boosheid daarom nooit als ‘boos op mij’.

Boosheid kun je zien als geblokkeerde opwinding die opeens vrijkomt. De pal gaat om en de veer ontspant zich. Meestal heeft het te maken met iets wat iemand erg aan het hart gaat, maar waarvoor hij geen mogelijkheid heeft gevonden om dat adequaat te uiten. Het kan zelfs zo zijn dat iemand de oorzaak van zijn eigen boosheid niet (meer) kent. Dan is hij niet boos, maar heeft de boosheid hem. Zo iemand is in the grip, in de greep van zijn complex.

Iemand die boos is, voelt zich vaak eenzaam. Misschien omdat hij vroeger om af te koelen naar zijn kamer gestuurd werd. Tegen dat gevoel van eenzaamheid kun je als facilitator wat doen: geef steun aan de persoon. Ikzelf beweeg naar de ander toe. Kan dat niet, dan projecteer ik mijzelf naast hem of haar. Net als een bliksemafleider laat ik de spanning ‘naar de aarde’ afvloeien.

Marvin Weisbord en Sandra Janoff, Future Search: Getting the whole system in the room for vision, commitment, and action. San Francisco: Berrett-Koehler, 2010.

Deze bijdrage is geschreven door Jan Lelie.