Het Alfabet van het aanpassingsvermogen
De V van Verhalen

Een organisatie kun je zien als twee werelden: een reële en een imaginaire. De eerste is rationeel, met causale verbanden. De tweede bestaat in de hoofden van mensen en is veel minder rationeel; ook niet-oorzakelijke verbanden, beleving en dromen hebben hierin een plek. In de eerste wereld staan SMART-doelen centraal: ze zijn specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden – de focus ligt op het resultaat. Maar de echte betekenis ontbreekt. Het is als het verschil tussen forenzen en reizen: in het eerste geval gaat het om snel aankomen, in het tweede doe je ervaringen op en stel je onderweg je bestemming zo nodig bij.

Zo moet je ook vernieuwing aanpakken. Vernieuwing vraagt om een heldere kijk op de toekomst: ‘Dit willen we.’ Dat vraagt om een heldere definitie van succes en een mooi plan, maar daarbij mogen de verschillende verlangens, emoties en behoeftes die daaronder en daarachter zitten zeker niet uit het oog verloren worden.

Handy’s adagium ‘Planning consists of writing histories’ (vrij vertaald: ‘Plannen zijn verhalen’) helpt daarbij. Verhalen bestaan alleen als er iemand is die ernaar luistert. Dat betekent in dit verband: samen optrekken en steeds weer verlangens en ideeën uitwisselen. Het gaat niet om het plan, maar veeleer om plannen; het gaat om het samenwerken op zich, en niet alleen om het doel van die samenwerking. Dat vraagt om de vaardigheid om te werken vanuit vertrouwen en om de moed om elkaars waarden te onderzoeken. Leiders zijn dan meer gids, loods en facilitator dan een baas die zegt hoe het moet.

Faciliteer je sessies in een dergelijk traject, ontlok dan verhalen aan de deelnemers, en daag ze ook uit om hun dromen te delen. Op die manier kom je misschien niet precies waar je van plan was te komen, maar je hebt wel een resultaat waar de groep, als groep, mee verder kan.

Dee bijdrage is geschreven door Jan Lelie.