Het Alfabet van het aanpassingsvermogen
De P van Patronen doorbreken

Van jongs af aan leren we patronen aan. Patronen geven structuur, vastigheid, voorspelbaarheid, vorm. De patronen hebben ons ons succes gebracht. Gedrag volgt de vorm, de vorm wordt de norm. Het woord ‘patroon’ betekent ook ‘baas’ en is afkomstig van pater, ‘vader’. Misschien is de achterliggende gedachte: een structuur die je als anker gebruikt, komt van ‘de vader’.

Groepen ontwikkelen ook patronen, zoals conventies, procedures, regels, tradities. Ze geven coherentie, zekerheid. In onze ontwikkeling groeien we – als het goed is – geregeld uit onze patronen. Wat werkte, lijkt niet meer te werken. Dan moeten we van patroon veranderen, en dan staan we opeens tegenover ‘de vader’.

Het vraagt faciliterend leiderschap om patronen te doorbreken. Een facilitator bouwt een soort steiger: hij schept een tijdelijke structuur om het bouwwerk van de organisatie. Met verschillende werkvormen om te helpen patronen te doorbreken. Soms door buiten de organisatie bijeen te komen, letterlijk uit het gebouw te stappen. Binnen die andere structuur, een andere omgeving, kan de groep patronen doorbreken en nieuwe – nu beter passende – patronen ontwikkelen.

Deze bijdrage is geschreven door Jan Lelie.