Er is meer dan de gymzaal

Bij trainingen, workshops of heidagen is het vaste prik: de grote groep gaat in subgroepjes uiteen. Een facilitator zorgt dan meestal dat die groepjes gevormd worden door de mensen af te lopen en een nummer te geven: 1, 2, 3, 1, 2, 3 enzovoort. Dit wordt ook wel de ‘gymzaaltechniek’ genoemd. Dit is zo saai dat deelnemers vaak niet goed opletten en hun nummer al meteen weer vergeten zijn.

Kies daarom eens voor een andere manier. Gebruik bijvoorbeeld memorykaartjes (voor tweetallen), speelkaarten (bij viertallen) of roulettefiches, of snoepjes met verschillende kleuren. Je zult zien dat er dan minder vragen ontstaan over de indeling van de subgroepen.

Je kunt ook de deelnemers vragen om zelf groepjes te vormen. Het nadeel daarvan is dat ze meestal groepjes vormen met mensen die ze al (goed) kennen, en dat is vaak niet wat je wilt. Alternatieven zijn dan:

  • Laat de deelnemers rondlopen en roep na een tijdje: ‘Stop!’ De twee deelnemers die het dichtst bij elkaar staan, vormen nu een subgroep. Wil je viertallen? Laat dan de tweetallen weer samen rondlopen en herhaal de oefening.
  • Laat de groep een rij vormen op basis van een bepaald kenmerk, bijvoorbeeld de tijd dat ze in dienst zijn bij de organisatie. Laat dan de eerste (twee) een subgroep vormen met de laatste (twee), enzovoort.
  • Bij een groep mensen uit het hele land die elkaar niet kennen: laat ze op een virtuele landkaart van Nederland gaan staan, en vorm dan groepjes met mensen uit dezelfde regio.

Mogelijkheden genoeg. Ook hier geldt: verandering van spijs doet eten. Of in dit geval: verandering zorgt dat mensen weten bij welk groepje ze horen.

Deze bijdrage is geschreven door Henri Haarmans.