Zeg me je naam en ik vertel je wie je bent

Een flinke organisatie: veel mensen die werken in een groot gebouw met veel verdiepingen, veel kantoorruimtes, meerdere liftschachten en talrijke vergaderruimtes. De professionals zien elkaar dagelijks voorbijkomen, kennen elkaar soms bij naam, maar vaker alleen van functie.

Je wordt uitgenodigd om een vergadering te faciliteren met vertegenwoordigers uit allerlei verschillende afdelingen. Men wil tot een innovatief plan van aanpak komen. Om dit voor elkaar te krijgen, zullen de individuen zich samen eerst een groep moeten gaan voelen, dus het idee hebben dat ze iets met elkaar delen. Iets van elkaars verhaal weten helpt dan.

Maak daarom van het voorstelrondje een verhalenrondje. Vraag aan alle aanwezigen om hun naam te zeggen en te vertellen wie de naam gegeven heeft, wat die betekent en waarom die persoon die naam kreeg. Is het de officiële naam die bij de geboorte is meegegeven? Misschien gaat het wel om een koos- of bijnaam die iemand is gaan gebruiken.

Op deze manier worden verhalen gedeeld die de kern raken van de identiteit van de persoon: over de hoop, de wens, de herinnering, het tijdstip, de geboortegrond, het geloof, de taal, allerlei immateriële en niet-fysieke ‘genen’ meegegeven in de naam. De groep blijkt dan een groot palet aan diversiteit te bieden, zonder dat de nadruk ligt op ieders functie, rol of positie in de organisatie. Uit de afzonderlijke individuen is iets van een groep gegroeid.

En nu, vanuit dat groepsgevoel, verder aan het werk om elkaars creativiteit aan te boren om tot de gewenste innovatie te komen.

Deze bijdrage is geschreven door Jolanda Buter.