Twee ontmoetingen op één dag

Hij heeft een zachte blik in zijn ogen, buigt een beetje en legt zijn hand op zijn hart. Ik reik hem mijn hand, maar hij neemt die niet aan. ‘Vanuit mijn geloof geef ik vrouwen geen hand’, verklaart hij. Het roept een spontane reactie bij me op. Ik voel me afgewezen, trek mijn hand terug, voel dat de ontmoeting nog niet begonnen is – of misschien zelfs belemmerd is. Hij legt uit dat alle vrouwen koninginnen zijn in zijn ogen – en een koningin geef je geen hand. Ik heb daar niks mee. Ik wil geen koningin zijn. Hoe vrij is een koningin? Ik worstel even tussen verzet en respect; het één intuïtief en persoonlijk, het ander verstandig en maatschappelijk. Het moment passeert en ons gesprek begint. Het is een gesprek zoals een ander gesprek ook zou kunnen zijn. Of ben ik toch wat op mijn hoede?

Zij heeft een stoere blik in haar ogen. Legt uit dat ze graag werkt met niet-westerse vrouwen, omdat ze zelf van Marokkaanse afkomst is. ‘Ik leg makkelijk contact, ze vertrouwen mij.’ Ze heeft een open houding en wil leren. Daar voel ik me prettig bij. Samen situaties onderzoeken, zonder taboes. Ze vertelt hoe ze barrières in haar leven heeft overwonnen. Terloops noemt ze dat ze getrouwd is met een Nederlandse vrouw en dat ze twee kinderen hebben. Het treft me; het is toch een ongebruikelijk verhaal. Ik bespeur de neiging om er iets aardigs over te zeggen. Maar zou ik ook iets aardigs zeggen als ze met een man getrouwd was en twee kinderen opvoedde? Juist vanwege de gelijkwaardigheid zou ik mijn mond moeten houden. Het moment passeert. Het is een gesprek zoals een ander gesprek ook zou kunnen zijn. Of ben ik toch wat op mijn hoede?

Deze bijdrage is geschreven door Christa Nieuwboer.