Niet wat we níét weten brengt ons in de problemen, maar wat we denken zeker te weten

Wanneer een leider de greep op de werkelijkheid verliest, komen er moeilijkheden. We denken dan vaak dat de macht van de leider de situatie verergert en de ramp veroorzaakt, maar veel belangrijker is dat de leider meent niet te kunnen verliezen en daardoor verkeerde beslissingen neemt. De Titanic kon niet zinken, dus waren reddingsboten niet nodig. Veel rokers denken: ‘Longkanker overkomt mij niet.’ In poker geldt de regel dat je je geld niet verliest met slechte kaarten, maar op de hand waarvan je denkt dat je er niet mee kunt verliezen. Het idee van ‘niet kunnen verliezen’ zorgt ervoor dat andere signalen genegeerd worden.

Bij groepen krijg je bovendien te maken met fenomenen als groepsdwang, tunnelvisie of peer pressure. Als adviseur of begeleider krijg je dan de opdracht ‘de neuzen dezelfde kant op te krijgen’. Maar hoe doe je dat?

‘Twijfel is onaangenaam, zekerheid is absurd’, leerde ik van Voltaire. De zekerheid in het team moet dus plaatsmaken voor twijfel. Dat doe ik met de techniek die ik ‘deflectie’ noem: ik verleg de aandacht naar andere zaken dan de dingen die men meent te weten. Je eigen gevoel is daarbij belangrijk: wat roept de groep bij je op? Benoem je twijfels en dik ze aan, of verleg de aandacht naar iets wat voor de deelnemers schijnbaar onbelangrijk is, zoals een liedje dat iemand neuriet, een uitdrukking die steeds opduikt, of de naam van iemand die er niet is. Daardoor worden de deelnemers gedwongen over andere dingen na te denken dan over hun ‘zekerheden’. Door aan die overtuigingen voorbij te gaan, voorkom je tunnelvisie.

Deze bijdrage is geschreven door Jan Lelie.