‘… en toen kwam de roze olifant …’
‘Shhh!’
‘… Hij staat zeker achter me?’

Het geven van een opdracht aan een groep luistert vrij nauw. Wanneer je wilt dat de groep goed aan de slag gaat, let er dan op dat je een opdracht altijd positief en concreet formuleert. Je kunt wel ‘niet’ zeggen, maar mensen kunnen niet ‘niet’ doen. Ook richt je door ‘niet’ te zeggen de aandacht op iets wat je niet wilt. ‘Denk niet aan een olifant.’ In plaats van: ‘Je mag niet door de gang rennen’, kun je beter zeggen: ‘Loop rustig door de gang.’ Door geen ontkenning te gebruiken en positief te formuleren, houd je de roze olifant buiten.

Je kunt ook benadrukken wat de voordelen van iets zijn. ‘Door rustig te lopen, kom je kalmer aan.’ Of een beroep doen op gemeenschapszin: ‘Rustig lopen zorgt dat anderen ook rustig blijven.’ Ook is het belangrijk dat mensen controle houden over hun eigen situatie. In plaats van ‘Loop rustig’ kun je ook iets zeggen als: ‘Neem je tijd, ga je gang.’

Deze bijdrage is geschreven door Tineke Visser.