De metro als grote gelijkmaker

De metro is – als ik niet met de fiets ga – eigenlijk het mooiste vervoermiddel. Hij is een grote gelijkmaker waarin alle rangen en standen bij elkaar komen. Mensen uit verschillende stadsdelen kunnen met elkaar verbonden raken, omdat ze samen één vervoermiddel delen.

Maar ook om een andere reden vind ik de metro zo boeiend. Het is namelijk het enige vervoermiddel dat zich niets van de structuur van de stad aantrekt. De metro is eigenlijk out of the box denken. Niet de structuur van de stad volgen, maar juist verbinden wat belangrijk is. Daarom is de kaart van de London Underground, de Londense metro, ook zo briljant. Harry Beck ontwierp de kaart in 1931. Hij verbond wat belangrijk is binnen de eigen abstracte wereld van de metro. Geografie maakte niet uit. Op die manier is de metrokaart zelf een manier om steden te leren kennen.

Ook bij het faciliteren kun je gebruikmaken van de metrofilosofie:
1. Bepaal eerst wat belangrijk is voor de groep, het team, de organisatie. Geef er namen van bouwwerken aan. Dit zijn de stations die de metrolijnen moeten gaan verbinden.
2. Plaats de bouwwerken op een plattegrond en trek lijnen tussen de verschillende stations. Welke stations moet je met één lijn kunnen bereiken, en bij welke is overstappen geen probleem of misschien zelfs wel nuttig? Hoeveel stations mogen er maximaal tussen de belangrijke gebouwen zijn?
Al doende scheiden de deelnemers hoofd- en bijzaken, en bepalen wat zij zo belangrijk vinden dat het op de metrokaart moet staan.

Deze bijdrage is geschreven door Rick Lindeman.