Homo ludens

In 1938 schreef historicus Johan Huizinga het boek Homo ludens, ‘de spelende mens’, over het belang van spel in onze samenleving. Huizinga zag het spel als een belangrijke voorwaarde voor het voortbrengen van cultuur. Twee kinderen in de zandbak spelen met het grootste gemak vadertje en moedertje. Ze bakken samen taartjes van zand en herhalen dit steeds weer. Ze variëren in hun spel, wisselen van rol, experimenteren. Ze onderzoeken hoe het werkt wanneer er iemand anders bij komt in de zandbak en leren daarvan.

Maar als we eenmaal volwassen zijn, denken we dat we iets in één keer goed moeten doen. Hoe vaak proberen we nog iets vooraf uit? Waarom zouden we dat lastige gesprek met een opdrachtgever niet eerst tien keer uitproberen, met verschillende collega’s als tegenspeler?

Spelen helpt ons om makkelijker van rol te wisselen, om van en met elkaar te leren. We leren variatie ontwikkelen en ontdekken wat ons echt past. Laat de bel maar rinkelen voor het speelkwartiertje!

Deze bijdrage is geschreven door Cécile Claessen.