Kritieke momenten voor facilitators: Positieve kijk op laatkomers

De deelnemers aan de workshop zijn zo’n tien minuten bezig wanneer de deur opengaat. Een deelnemer komt buiten adem binnen, groet zachtjes en zoekt een plaats. Je merkt dat de aandacht verstoord is. De deelnemers kijken om zich heen, naar de laatkomer en naar jou. Er is een interventie nodig. Vorige week had je ook al zo’n situatie: je hebt de laatkomer gewenkt om zich te voegen bij een duo, maar hij antwoordde dat hij liever bij een groep van drie wilde aansluiten. Dat deed hij. Sommigen keken om … Lastig.

Veel laatkomers komen altijd vijf à tien minuten te laat. Niet erg te laat, maar wel vervelend. En ook al vinden zij dat zelf óók helemaal niet fijn, het gebeurt. Je doet er weinig tegen: onderzoek wijst uit dat te laat komen deel uitmaakt van de persoonlijkheid van de laatkomer.

Bekijk de laatkomer daarom eens met andere ogen, want er zijn ook mooie kanten aan. Laatkomers:

  • zijn optimistisch. Ze geloven dat ze meer taken in een bepaalde tijd kunnen stoppen dan mogelijk is. Optimistische mensen zijn vaak productiever en creatiever, en werken beter samen.
  • zijn vaak net iets relaxter dan anderen. Ze doen rustiger aan en concentreren zich niet op de kleine dingetjes die er niet echt toe doen. Ze kijken naar het grote plaatje.
  • genieten vaker van het moment. In de paar minuutjes die zij later komen hebben zij nog net even extra genoten van de voorgaande activiteit, of nog even de moeite genomen om een collega te feliciteren die ze toevallig tegenkwamen op de gang.

Er valt wat te waarderen aan de positieve kanten van laatkomers.

Deze bijdrage is geschreven door Eugène Boeldak.