De kunst van het faciliteren: Varkentje

November was vroeger slachtmaand. Deze traditie kennen we niet meer, maar we hebben nog wel verhalen over deze en andere tradities, die ook in onze tijd nog stof tot nadenken kunnen bieden. Zoals dit oude Groningse verhaal, dat werd gebruikt tijdens een internationale bijeenkomst van wereldleiders:

Het was vroeger de gewoonte dat als een boer of burger een dier slachtte, de dominee een deel van het vlees kreeg. Van de dominee werd verwacht dat hij het omgekeerde deed, maar die dacht: als alle boeren en burgers een stukje van mijn varkentje moeten hebben, is het hele zwijntje naar de maan. Dat kan niet. Maar niets geven is ook niet mogelijk. Nu zijn schoolmeesters nog altijd slimmer dan dominees, en daarom ging de dominee naar de meester toe. De meester zei: ‘Je moet zeggen dat ze je varken gestolen hebben.’

Die avond werd het varken van de dominee geslacht en aan de ladder gehangen. ’s Nachts sloop de meester stiekem naar het huis van de dominee en stal het varken. Zo gauw de dominee had ontdekt dat het varken verdwenen was, liep hij naar de meester, helemaal van streek. Hij riep: ‘Mijn varken is vannacht gestolen!’
‘Zo is het goed’, zei de meester. ‘Als je het zo zegt, geloven ze je allemaal.’
‘Maar het is zo!’, zei de dominee; ‘Het is geen praatje! Het is waar: ze hebben mijn varken gestolen.’
‘Uitstekend, onverbeterlijk! Je doet het zo goed als het maar kan!’, zei de meester. ‘Ga zo maar door, het is net alsof het werkelijk gebeurd is.’
De dominee heeft het varken nooit weer gezien.

Rijst de vraag wie of wat in onze organisatie of maatschappij vergelijkbaar is met de gierige dominee in dit verhaal. Maar veel belangrijker is de vraag: met welke slimheid kunnen we die neutraliseren?

Naar: E.J. Huizinga en K. ter Laan (1930). Groninger volksverhalen. Groningen: Wolters.

Deze bijdrage is geschreven door Jolanda Buter.