Het MAYA-principe

Veel mensen denken dat het bij innovatie gaat om nieuwe creatieve ideeën. Dat klopt niet helemaal. Een goed georganiseerde brainstorm levert meestal volop creatieve, gekke, waanzinnige en innovatieve ideeën op. In de juiste setting blijkt iedereen wel out of the box te kunnen denken. En toch blijven veel op het oog briljante ideeën liggen. Het promotieonderzoek van Eric Rietzschel (From quantity to quality, 2005) heeft aangetoond dat uiteindelijk toch gekozen wordt voor het idee dat het minst afwijkt van wat men altijd al deed. Logisch, want aan een gek idee zitten altijd praktische bezwaren. Duurt het niet te lang om het te ontwikkelen en kost het niet te veel geld, dan is er wel de angst dat ‘de klant er nog niet klaar voor is’. Innoveren is dus een kwestie van verder kijken dan die bezwaren.

Innovatief bij uitstek is daarom de Nederlandse kunstenaar, ontwerper en ondernemer Daan Roosegaarde, die overheidsorganisaties wist te overtuigen van de toepasbaarheid van interactieve snelwegen en van de haalbaarheid van het met een kunstenaarsblik vernieuwen van de Afsluitdijk. Hoe kreeg hij dat voor elkaar?

Roosegaarde gebruikt het MAYA-principe: altijd gaan voor het most advanced yet acceptable ontwerp. Onder het motto ‘Flikker op met je mening; kom op met je voorstel!’ krijgt hij het voor elkaar stakeholders te laten denken over hoe iets wél kan. Daarbij richt Roosegaarde zich niet meteen op de belangrijkste stakeholder, maar neemt hij kleine stappen om zijn doel te bereiken.

Een beetje mazzel helpt ook. Toen Roosegaarde ooit zijn idee voor de smart highway presenteerde, bleek de CEO van Heijmans toevallig in de zaal te zitten.

Deze bijdrage isa geschreven door Nel Mostert.